Na Bosman en Diarra nu Refaelov? Belgisch voetbal doet juridisch daveren
Foto: © photonews
De Belgische justitie kan opnieuw een aardverschuiving veroorzaken in het Europese voetbal. Na de zaken-Bosman en -Diarra zet nu ook het dossier van Lior Refaelov de UEFA en verschillende nationale voetbalbonden onder druk.
De voormalige Gouden Schoen trok in 2020 samen met zijn toenmalige club Antwerp naar het Belgisch Centrum voor Arbitrage in de Sport (CBAS). Hun doel: de regels rond het verplichte aantal Belgische of in België opgeleide spelers aanvechten.
In de Belgische competitie moeten clubs minstens acht spelers met de Belgische nationaliteit of een Belgische opleiding in hun kern hebben. Op elk wedstrijdblad moeten dat er minstens zes zijn.
Lior Refaelov en Antwerp trokken naar de rechtbank
Dat werd een probleem voor Antwerp bij de transfer van Refaelov van Club Brugge in 2018. De Great Old ging ervan uit dat de Israëliër als Belg kon meetellen, aangezien hij over een Belgisch-Israëlisch dubbel paspoort beschikte.
Niet veel later nam de Belgische voetbalbond echter UEFA-regels over waarbij niet de nationaliteit, maar de opleiding bepalend werd. Een speler moet minstens drie seizoenen tussen zijn vijftiende en 21ste in België zijn opgeleid om als lokaal opgeleide speler te gelden.
Refaelov voldeed niet aan die voorwaarde en werd daardoor opnieuw als buitenlandse speler beschouwd. Antwerp en de speler zelf trokken daarop naar het CBAS, maar kregen daar geen gelijk.
EU-advies zet vraagtekens bij quota
Daarna volgde de volgende juridische stap: de rechtbank van eerste aanleg in Brussel. Die legde prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
In maart 2023 sprak Maciej Szpunar, eerste advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, zich uit in het voordeel van Refaelov en Antwerp. Zijn advies is niet bindend, maar wordt in veel dossiers wel gevolgd door het Hof.
Szpunar stelde dat de quota voor lokaal opgeleide spelers weliswaar bedoeld zijn om de jeugdopleiding te beschermen, maar mogelijk strijdig zijn met het Europese principe van vrij verkeer van werknemers. Volgens hem kunnen zulke regels vooral clubs uit kleinere voetbalmarkten benadelen, terwijl grote nationale competities meer voordeel halen uit hun brede opleidingsstructuren.
Mogelijke gevolgen voor Belgisch en Europees voetbal
De Belgische voetbalbond en de UEFA zullen de Brusselse rechtbank nu moeten overtuigen dat de huidige regels wel degelijk noodzakelijk zijn om jonge lokale spelers kansen te geven. Zij zullen benadrukken dat quota clubs stimuleren om te investeren in eigen jeugdacademies.
Volgt de Belgische rechter het Europese advies, dan kunnen de regels rond lokaal opgeleide spelers op wedstrijdbladen en in selecties op de schop gaan. Dat zou niet alleen gevolgen hebben voor de Jupiler Pro League, maar voor het volledige Europese clubvoetbal.
De zaak-Refaelov dreigt zo uit te groeien tot een nieuw juridisch referentiepunt, met mogelijk verstrekkende gevolgen voor transfers, jeugdwerking en de samenstelling van spelerskernen.
Schrijf je nu in voor de Voetbalkrant nieuwsbrief
