Iedereen verwachtte zijn doorbraak, maar Garcia dacht er anders over
Foto: © photonews
Pas geen minuut in de knock-outwedstrijden en geen enkele beslissende actie tijdens zijn invalbeurten in de groepsfase. Het WK van Matias Fernandez-Pardon is een teleurstelling. Is het dat nu?
Het was dé sensatie in de weken richting het WK 2026: de officiële naturalisatie van Matias Fernandez-Pardo, logischerwijs gevolgd door een selectie bij de 26 van Rudi Garcia. Met de situatie rond Romelu Lukaku en de vormdip van Loïs Openda besloot Garcia te verrassen door voor het eerst de linkerflankaanvaller die bij LOSC omgevormd werd tot spits, op te roepen.
Het enthousiasme was snel groot: wat als dít nu eens dé kant-en-klare oplossing was voor dit WK? Na de pijnlijke missers met Karetsas en Mokio (onder meer) had Vincent Mannaert eindelijk een ferme slag geslagen, en Fernandez-Pardo leek zelfs een mogelijke basisspeler bij afwezigheid van Lukaku.
Alles voor niets?
Maar al in de oefenwedstrijden volgde een kleine koude douche: twee invalbeurten in het laatste kwartier, waarvan één zelfs als linksbuiten en niet in de punt (terwijl zijn selectie net werd voorgesteld als noodzakelijk door het gebrek aan een nummer 9 met speelminuten in de kern).
En op het WK? Zo goed als niets. Terwijl in twee wedstrijden de offensieve productie van de Rode Duivels ronduit onbestaande was, gaf Rudi Garcia Matias Fernandez-Pardo aanvankelijk amper een tiental minuten tegen Egypte en Iran. Hij moest zogezegd de ontbrekende nummer 9 zijn waar de Duivels zo naar snakten: dat was letterlijk de reden van zijn selectie. Uiteindelijk was Charles De Ketelaere de titularis in de spits, met Romelu Lukaku als joker.
Een scenario dat je van mijlenver zag aankomen, want Garcia verdedigde De Ketelaere al langer en stelde hem altijd voor als zijn spits bij afwezigheid van Lukaku. Met wat afstand bekeken hield de uitleg voor de selectie van Matias Fernandez-Pardo dan ook weinig steek. En blijkbaar gaf de Lille-speler op training Garcia geen enkele reden om de hiërarchie om te gooien.
Fernandez-Pardo opgeroepen om zijn nationaliteit vast te zetten?
Ondanks een goed halfuur tegen Nieuw-Zeeland, dat deed vermoeden dat zijn status zou veranderen, werd de rest van het toernooi voor de neo-Duivel alleen maar frustrerender. Dat hij weinig minuten kreeg is één ding. Maar dat Garcia hem geen enkele minuut gaf in de knock-outwedstrijden — zelfs niet in een open match tegen de VS of tegen “zijn” Spanje, en terwijl zijn profiel perfect leek om Senegal pijn te doen — is moeilijk te begrijpen.
Je begint je af te vragen of de keuze om Matias Fernandez-Pardo mee te nemen wel echt die van Rudi Garcia was, of dat de inspanningen van de bond om hem te overtuigen voor België te kiezen in plaats van Spanje hebben doorgewogen. Door deel te nemen aan het WK “vergrendelde” Fernandez-Pardo zijn keuze voor de Rode Duivels. Na meerdere nederlagen in dossiers rond binationalen had de KBVB dat duidelijk nodig.
Bij Mika Godts — thuisgelaten ondanks het statistisch beste seizoen van een Belgische winger (en laat ons niet vergeten: de speelminuten die Fernandez-Pardo kreeg, waren op de flank en niet in de punt...) — of zelfs bij Loïs Openda, die de hele kwalificatiecampagne meedraaide, zal men zuur gelachen hebben.
Niet dat Openda, na zijn rampseizoen, volgens ons per se zijn plek bij de 26 verdiende; maar hij had op dit WK, gezien de minuten van Fernandez-Pardo, zeker niet minder kunnen doen dan hij. Om over Hugo Cuypers of Lucas Stassin dan nog maar te zwijgen. Hopelijk beslist de vermoedelijke opvolger van Rudi Garcia in september eindelijk om het echte talent van de Lille-speler wél te benutten bij de nationale ploeg...
Schrijf je nu in voor de Voetbalkrant nieuwsbrief

