Spelersmakelaar doet boekje open over lonen: "Valse concurrentie"

Spelersmakelaar Stijn Francis schetst hoe de financiële realiteit in het Belgische voetbal verschoven is. Zijn opmerkingen tonen welke evoluties clubs en spelers vandaag ervaren.

Voorzichtigere contractpolitiek

Francis geeft aan dat de vroegere uitgavenpatronen niet langer gelden. “De gouden tijden in het Belgische voetbal zijn voorbij”, vertelt hij aan Het Nieuwsblad. Hij verwijst naar periodes waarin topclubs nog uitzonderlijke contracten aanboden aan ervaren spelers. Volgens hem is die aanpak verdwenen en werken clubs nu met meer terughoudendheid.

Hij merkt op dat interesse in spelers vaak afhankelijk wordt gemaakt van uitgaande transfers. Clubs willen eerst loonmassa vrijmaken vooraleer nieuwe dossiers te openen. Dat leidt tot een voorzichtiger marktbenadering dan in eerdere jaren.

Ook bij jonge talenten ziet hij een andere houding. “We gaan geen gekke dingen doen”, hoort hij bij veel clubs over hun eigen talenten. Hij koppelt die voorzichtigheid aan druk op tv-inkomsten door de onzekerheid over de DAZN-deal.

Loonstructuren en bedrijfsmodellen

Ondanks de besparingen blijven de lonen in België relatief hoog. Francis benadrukt dat spelers hier nog steeds beter kunnen verdienen dan in vergelijkbare competities. “Sommige spelers kunnen zelfs in de Challenger Pro League meer verdienen dan bij een middenmoter in de Eredivisie.” Dat verschil vindt hij opvallend.

Hij wijst op uiteenlopende bedrijfsmodellen. Nederlandse clubs houden zich strikt aan budgetten en draaien break-even wanneer er geen transfers plaatsvinden. Belgische clubs nemen vaker verlies in de verwachting dat toekomstige verkopen dat gat dichten.

{READALSO}

Volgens Francis creëert dat een ongelijk speelveld. “Dat is in mijn ogen valse concurrentie”, besluit hij. Hij verwijst naar clubs die kunnen rekenen op eigenaars die tekorten opvangen, wat volgens hem risico’s inhoudt wanneer verkoopresultaten tegenvallen.

Meer nieuws