Mbark Boussoufa, één en al genieten
© SC
Mbark Boussoufa is het prototype van een echte pleintjesvoetballer. Hij werd geboren in Amsterdam en speelde urenlang straatvoetbal met zijn vriendjes. Even later diende het grote Ajax zich aan en Boussoufa twijfelde niet. Hij doorliep vrijwel alle jeugdreeksen bij de Nederlandse topclub. Na een conflict met toenmalig beloftentrainer Danny Blind mocht de balgoochelaar opkrassen bij Ajax. Het Engelse Chelsea was er als de kippen bij om Boussoufa een contract aan te bieden en bij de Londense club schopte Boussoufa het zelf tot kapitein van het beloftenteam. Met de komst van de steenrijke Russische voorzitter Abramovic waaide een nieuwe wind door de club, maar dat bleek een orkaan te zijn voor Mbark Boussoufa. Hij paste niet in de transferpolitiek van de voorzitter en werd dan maar als vrije speler aangetrokken door AA Gent.
Na de fantastische periode bij Gent werd hij deze zomer de duurste transfer ooit in het Belgisch voetbal. RSC Anderlecht aarzelde niet om de Marokkaan naar het Astridpark te halen. Boussoufa kreeg het nummer 11 en samen met Mémé Tchité, Nicolas Frutos en Lucas Biglia diende hij de ruggengraat van een vernieuwd paars-wit te vormen. Wat ook belangrijk was in zijn ontwikkeling was dat hij eindelijk Champion’s League kon spelen. Milan, Lille en AEK Athene bleken te sterk voor Anderlecht. Boussoufa kende een lichte terugval, de motor sputterde bij de kleine goochelaar. De laatste weken oogde hij ietwat vermoeid, maar na de bekermatch tegen Dender waarin hij twee maal scoorde lijkt Mbark Boussoufa herboren.
De strijd voor de Gouden Schoen werd in de pers als bijzonder spannend voorspeld, maar slechts de niet-voetbalkenner geloofde dit. Tchité, Frutos, Balaban, Stijnen, Onyewu, … niemand kon tippen aan de Anderlechtse publiekslieveling. Boussoufa blijft echter nuchter, gaat niet zweven en hij vergeet niet waar hij vandaan komt. Dat bleek nog maar eens toen hij zijn ex-coach Georges Leekens bedankte na het in ontvangst nemen van de Gouden Schoen 2006. Hopelijk blijft de lichtvoetige Marokkaan nog een tijdje te bewonderen op de Belgische velden en blijft hij gespaard van de vloek van de Gouden Schoen.
Auteur: Kjell Debacker