Anderlecht breekt mogelijk clubrecord, maar het verleden waarschuwt meteen
© photonews
Het wordt dé grote transfer van de eerste mercato van Antoine Sibierski: Santi Garcia staat op het punt om de duurste speler uit de geschiedenis van Anderlecht te worden, tenminste als de bonussen later ook effectief aan Gil Vicente worden betaald. De Spanjaard kost paars-wit acht miljoen euro, met daarbovenop nog twee miljoen euro aan bonussen.
Dat zou een record betekenen. Transfermarkt zet Nicolae Stanciu wel op elf miljoen euro, maar in werkelijkheid betaalde Anderlecht destijds net geen tien miljoen euro. Daarna volgen Bubacarr Sanneh en Michel Vlap, voor respectievelijk ongeveer acht en 7,9 miljoen euro.
Grote transfers leverden Anderlecht zelden succes op
Die lijst zal weinig supporters geruststellen. De duurste transfers uit de clubgeschiedenis draaiden tot nu toe bijna allemaal uit op een teleurstelling.
Stanciu kwam in 2016 voor ongeveer 9,7 miljoen euro naar Brussel. Op papier leek hij alle kwaliteiten te hebben om bij Anderlecht te slagen, maar hij kon de verwachtingen nooit volledig inlossen.
Met negen doelpunten en tien assists in 53 wedstrijden waren zijn cijfers nog behoorlijk. Hij leverde ook een bijdrage aan de laatste landstitel van Anderlecht, maar zijn wisselvalligheid bleef een probleem. Uiteindelijk vertrok hij voor vier miljoen euro en leed de club financieel verlies.
Bij Bubacarr Sanneh liep het nog veel slechter. Anderlecht betaalde in 2018 ongeveer acht miljoen euro voor de verdediger van Midtjylland. Achteraf bleef vooral de vraag hangen hoe de club ooit bij zo’n bedrag was uitgekomen.
Marc Coucke en Hein Vanhaezebrouck kregen later zelfs openlijk ruzie over die transfer. Coucke verklaarde een jaar later dat Vanhaezebrouck zes miljoen euro toen al te veel vond. Uiteindelijk betaalde Anderlecht nog meer.
Het sportieve rendement bleef bijzonder beperkt. Sanneh wist zich nooit door te zetten en werd een van de duurste mislukkingen uit de clubgeschiedenis.
Ook Michel Vlap kon verwachtingen niet waarmaken
Bij Michel Vlap lag het verhaal anders. Toen de Nederlander in 2019 voor 7,9 miljoen euro werd gehaald, werd zijn komst groots aangekondigd. Hij leek qua profiel perfect bij Anderlecht te passen.
Statistisch deed hij het met elf doelpunten in 36 wedstrijden niet eens dramatisch, maar zijn spel overtuigde steeds minder. Ook Vincent Kompany raakte niet overtuigd en Vlap verdween geleidelijk uit beeld. Uiteindelijk vertrok ook hij zonder ooit echt te hebben gebracht wat Anderlecht van hem verwachtte.
Sibierski neemt bewust risico met Garcia
Antoine Sibierski neemt met Santi Garcia dus een duidelijk risico. De nieuwe sportief directeur weet echter ook dat Anderlecht versterking nodig heeft op het middenveld, zeker na de lucratieve verkopen van Nathan De Cat en Nathan Saliba.
Het verschil met sommige eerdere mercato’s is dat Anderlecht dit keer niet mikt op een grote naam met een zwaar salaris. Sibierski lijkt liever fors te investeren in een speler van wie hij gelooft dat er nog veel groeimarge en doorverkoopwaarde in zit.
Dat maakt de keuze voor Garcia logisch, maar de druk wordt er niet kleiner op. Anderlecht kan zich financieel veel minder gemakkelijk een mislukking van tien miljoen euro veroorloven dan bijvoorbeeld Club Brugge. Als Garcia niet brengt wat van hem wordt verwacht, zal deze transfer nog lang aan Sibierski blijven kleven.