Zware uitspraak van Dierckx over Vermeeren: “Niemand moet spelen op basis van wat hij vroeger presteerde"
© photonews
Xander Dierckx is amper zeventien, maar heeft bij Antwerp al heel wat meegemaakt. De jonge Kempenaar brak vorig seizoen door en krijgt ook onder Marvin Compper volop kansen. Alleen is zijn rol veranderd: waar hij zich eerder centraal op het middenveld kon uitleven, moet hij nu geregeld uitwijken naar de flank. Toch laat Dierckx zich niet zomaar uit zijn lood slaan.
De komst van extra concurrentie zag hij zelfs als een stimulans. Met Arthur Vermeeren en Bahmed Deuff haalde Antwerp op de valreep nog twee centrale middenvelders in huis. “Ik ervaarde het niet als een probleem. Het was een trigger om me nog meer te bewijzen. Concurrentie is nooit slecht”, vertelt Dierckx in GvA. Ook over zijn contractverlenging tot 2028 is hij tevreden, nu hij opnieuw meer stabiliteit bij de club ziet.
Aanpassen op de flank, ondanks voorkeur voor het centrum
Dierckx speelde dit seizoen al op beide flanken, al voelt hij zich van nature het best centraal. “Iedereen weet dat ik een centrale middenvelder ben, maar als de coach wil dat ik daar speel, zal ik op die positie alles geven. Makkelijk is dat niet – ik ben het niet gewoon – maar match per match groei ik in deze rol.” Hij hoeft daarbij niet als een klassieke winger aan de zijlijn te blijven: “Ik mag meer in de pocket komen, om daar beslissend te kunnen zijn.”
Ook de aanwezigheid van Vermeeren houdt hem niet bezig als een strijd die hij koste wat kost moet winnen. Dierckx erkent de kwaliteiten van zijn ploegmaat, maar vindt dat vroegere prestaties geen vrijgeleide mogen zijn.
“Arthur is een heel goede voetballer. Als hij zich bewijst, is het logisch dat hij speelt. Maar ik vind niet dat iemand moet spelen op basis van wat hij vroeger heeft gepresteerd. Dat zou niet mogen meetellen.” Hij voegt er meteen aan toe: “Voor alle duidelijkheid: Arthur laat week na week zien dat hij het verdient om te spelen.”
Een gesprek met de coach na frustrerende wissel
Dat Dierckx op zijn zeventiende al voor zijn mening uitkomt, bleek na de wedstrijd tegen Westerlo. Na zijn wissel stapte hij zelf naar Compper om zijn gevoel te bespreken. “Ik vond dat ik me – ook met tien man – nog honderd procent kon geven voor het team. Ik snapte wel dat hij, door het wegvallen van Benítez, frisse benen wilde op het middenveld. Maar als het dan 5-1 wordt, blijf je gefrustreerd achter.”
Toch is er volgens Dierckx ruimte om zulke zaken uit te praten. “Het is fijn om dan een coach te hebben waar je naartoe kan stappen, als je met iets zit. Lang niet alle trainers zijn zo. Sommigen hebben hun eigen visie en doen alleen hún ding. Onze coach staat voor alles open.”