Na het WK 2022: dit moeten de Rode Duivels absoluut vermijden
© photonews
Dinsdag neemt België het op tegen Kroatië en begint zo aan de voorbereiding op het WK 2026. Het doel is duidelijk: vertrouwen tanken zonder risico's te nemen. Want de geschiedenis mag zich natuurlijk liefst niet herhalen.
Waarvoor dienen de oefenwedstrijden voor het WK? Om automatismen te herhalen die op dit moment sowieso al goed moeten zitten, want anders is het moeilijk om in twee keer 90 minuten nog veel recht te trekken. En ook om ritme te geven aan enkele spelers die dat wat missen: dat geldt voor Romelu Lukaku, die hoopt op zoveel mogelijk speelminuten tegen Kroatië. Hij heeft nog een eitje te pellen met de Dalmatische natie na de pijnlijke herinnering aan 2022.
Vertrouwen tanken... maar niet overdrijven
In de praktijk dienen die vriendschappelijke matchen vooral om vertrouwen op te bouwen en met een positieve mindset aan het toernooi te beginnen. Al kan dat ook een wat kunstmatig gevoel creëren: in 2024 rekenden de Rode Duivels vrij makkelijk af met Montenegro zonder te sprankelen, in een eerder gelaten sfeer, om vervolgens een totaal overbodige partij tegen Luxemburg te spelen waarin Axel Witsel geblesseerd uitviel.
In 2022 was de (2-1)-nederlaag in een oefenmatch tegen Egypte in Koeweit daarentegen wél veelzeggend: die ploeg was ziek, en dat werd in de weken erna bevestigd. Natuurlijk was dat Egypte (iets) sterker dan de versie die de Duivels in Seattle wacht, maar het bleef een tegenstander die je moest kunnen pakken.
Het blijft dus een delicate oefening: je wil een tegenstander van degelijk niveau om, al is het maar minimaal, lessen te trekken uit de laatste afstellingen voor het echte werk... maar tegelijk wil je niet tegen té sterk - of té gretig - voetballen, om te vermijden dat de intensiteit meteen een blessure oplevert.
{READALSO}
Kroatië, een bijna romantische tegenstander
En dat alles terwijl je probeert profielen te vinden die lijken op wat de Duivels straks in hun groep zullen tegenkomen, al klinkt dat criterium in het tijdperk van de totale globalisering van het voetbal wat achterhaald. Het is bijna cliché om te denken dat Tunesië, dat zaterdag naar het Koning Boudewijnstadion afzakt, "vergelijkbaar" zou zijn met Egypte: de overgrote meerderheid van de Egyptische spelers speelt in eigen land (17), terwijl er bij Tunesië slechts 5 in de selectie zitten die niet in de eigen competitie uitkomen - waaronder de 3 doelmannen. De rest speelt vooral in Europa.
Maar terug naar de match van morgen: Kroatië is op z'n minst een tegenstander van grote kwaliteit. Vicewereldkampioen in 2018, derde in 2022: de mannen van Zlatko Dalic hebben, met een nog kleinere vijver om uit te vissen, prestaties neergezet die beter waren dan die van de Rode Duivels. En hun gouden generatie, met Luka Modric uiteraard als uithangbord, staat ook op het punt afscheid te nemen.
Het wordt een bijna romantische wedstrijd, zeker door de symbolische lading die Kroatië heeft voor Lukaku: hij maakte in 2014 de dubbele treffer die België twaalf jaar later weer naar een WK bracht, maar werd in 2022 de tragische antiheld. De Kroaten kloppen zou een sterk signaal zijn en enkele demonen verjagen. Alleen maar lof dus voor de Belgische bond.
Misschien zit er ook een vleugje bijgeloof in om, naast Kroatië, ook Tunesië te treffen: dat was in 2014 immers ook de laatste oefentegenstander van de Duivels voor de vlucht naar Brazilië. Alsof de Adelaars van Carthago er bij het vertrek - en bij het vermoedelijke eindpunt - van de gouden generatie bij móéten zijn. In 2014 won België met 1-0 van Tunesië en ging het daarna naar een verdienstelijke kwartfinale; voor dat scenario in 2026 zou iedereen meteen tekenen.