Handsregel opnieuw onder vuur: "Misschien moeten we het omdraaien"
De handsregel zorgt opnieuw voor discussie in de Jupiler Pro League. Zowel Antwerp als OH Leuven kregen afgelopen weekend een strafschop tegen nadat een bal van zeer dichtbij tegen de arm van een verdediger werd gespeeld. Volgens het huidige reglement kunnen die beslissingen worden verdedigd, maar bij de analisten groeit de twijfel.
Vooral de strafschop tegen OH Leuven zorgde voor frustratie. In de toegevoegde tijd van het duel met Cercle Brugge werd een vrije trap voorbij de tweede paal terug voor doel gebracht. Oscar Gil stond amper een halve meter van de bal toen die tegen zijn arm belandde. De scheidsrechter wees naar de stip.
Ook Antwerp kreeg op een gelijkaardige manier een penalty tegen. Daar kwam de bal eveneens van dichtbij tegen de arm van een verdediger. Het verschil was dat de arm de balrichting richting doel beïnvloedde, maar ook daar was er nauwelijks reactietijd.
"Dat gaat tegen alle voetbalgevoel in"
Franky Van der Elst heeft dan ook moeite met de huidige interpretatie. Volgens de voormalige Rode Duivel is er in een poging om duidelijkheid te creëren net iets verloren gegaan.
"Op de één of andere manier hebben ze duidelijkheid willen scheppen door te zeggen dat een bal op de arm penalty is", klinkt het bij Sporza.
Maar volgens Van der Elst moet er opnieuw meer ruimte komen voor interpretatie en vooral voor het natuurlijke voetbalgevoel.
"Je moet ruimte laten voor het voetbalgevoel. De penalty van Gil was heel hard. Dat is eigenlijk geen penalty. Een bal die voor je neus passeert en binnen de seconde terugkeert ... Dat gaat tegen alle voetbalgevoel in."
En volgens hem is dat meer dan een kwestie van smaak. "Als het te vaak onjuist aanvoelt, dan scheelt er iets met de regel."
Van der Elst komt daarom met een opvallend voorstel. "Misschien is het beter om het om te draaien. Niet elke bal tegen de arm is dan penalty, maar enkel als er een beweging is of als het de bedoeling is om de bal af te stoppen."
"Verdedigers moeten nu met hun armen achter hun rug lopen"
Ook Arnar Vidarsson ziet het probleem. Vooral de impact van de hedendaagse interpretatie op verdedigers stoort de voormalige IJslandse international.
"In superslowmotion is het allemaal veel erger dan het is. Ik mis interpretatie", stelt Vidarsson. Volgens hem was de vroegere notie van een "aangeschoten bal" misschien helemaal niet zo slecht.
"Er was een moment, zo'n tien jaar geleden, en dan heette dat een aangeschoten bal. Dat is niet zo moeilijk om te rechtvaardigen."
Volgens Vidarsson waren zowel de fase bij OH Leuven als die bij Antwerp voorbeelden van situaties waarin een verdediger nauwelijks iets kon doen.
"Dit bij OHL is aangeschoten, en dat was ook zo bij Antwerp. Je hebt niet de kans als verdediger om je arm weg te trekken."
Daar zit volgens hem een groter probleem achter. "Verdedigers worden nu opgeleid om te verdedigen met hun armen achter hun rug. Maar dat gaat tegen alle logica in."
Een verdediger die constant moet nadenken over de positie van zijn armen, verliest volgens Vidarsson een deel van zijn natuurlijke beweging. "Als je als verdediger constant moet denken waar je je armen zet ... Dat neemt alle mobiliteit uit je lichaam. Dat stoort me het meeste."
"Dan zijn we geen voetbal meer, maar hockey"
Vidarsson pleit daarom niet voor een perfecte regel, maar voor een regel die beter aansluit bij het spel zelf. "Ik zou graag teruggaan naar die aangeschoten bal. Dat was niet perfect, maar het zal nooit perfect zijn."
Hij trekt daarbij een opvallende vergelijking met hockey. Daar is de regelgeving veel zwart-witter: een bal die de voet raakt, wordt afgestraft.
"Daar is het echt duidelijk. Maar voetbal is zo populair omdat het onvoorspelbaar is en omdat er emotie is. Die onvoorspelbaarheid en de interpretatie van een voetbalwedstrijd mag niet verloren gaan. Anders zijn we geen voetbal, maar hockey aan het spelen."
Schrijf je nu in voor de Voetbalkrant nieuwsbrief