Hoe Union Anderlecht de weg toont in zijn hersteltraject (en ze kunnen er maar beter een voorbeeld aan nemen)
Foto: © photonews
Volg Voetbalkrant nu via Instagram!
Aan het einde van het seizoen lijken Anderlecht en Union Saint-Gilloise elkaar niet meer los te laten. Zonder per se het model van de buur te willen kopiëren, vindt Sporting er wel opnieuw de duidelijke lijn terug die het ontbeerde.
De wedstrijd van afgelopen zondag tussen Anderlecht en Union zette de reeks van drie Brusselse derby's in gang die beide ploegen in amper een maand tijd te wachten staan. En er staat nog heel wat op het spel in de twee laatste. Union kan op korte tijd zowel de Beker winnen als kampioen worden tegen zijn rivaal. Net zoals Sporting zijn eerste trofee in negen jaar kan pakken tegen de aartsrivaal en daarna Union de titel kan afsnoepen in het Dudenpark.
Maar je kan er moeilijk omheen: de krachtsverhoudingen zijn momenteel behoorlijk scheef. Waar Union mathematisch al zeker is van een plaats op het podium voor de vijfde keer op rij sinds de terugkeer naar 1A (met zelfs een heel stevige kans op top 2), staan de Mauves acht punten achter op de derde plaats.
Anderlecht heeft kwaliteitsvolle spelers, maar kan hen nog niet hetzelfde kader bieden als Union
Toch kan Sporting zich op de transfermarkt niet echt verschuilen achter een gebrek aan middelen als je naar de uitgegeven miljoenen kijkt. Zelfs met Champions League-inkomsten en het vertrek van sterkhouders in alle linies gaf Union dit seizoen net iets minder uit dan de buur: 21,55 miljoen tegenover 21,90 miljoen.
Maar er is iets wat geld niet koopt: een project met een duidelijke rode draad. De buren uit Vorst tonen dat elk seizoen opnieuw, soms op een riskante manier: zelfs als ze elk jaar van trainer wisselen, zelfs als ze elke zomer sterkhouders verkopen, blijven speelstijl en clubvisie overeind. Hoogstens verschuift het accent een beetje van jaargang tot jaargang.

Lees ook... Waar speelt Union straks Europees? Brusselaars geven Koning Boudewijnstadion op, maar...›
Zo'n filosofie is niet automatisch een garantie op succes. Maar ze zorgt wel voor stabiliteit in hoe een club met situaties omgaat. Want ook in het Dudenpark liepen er transfers mis. Denk aan spelers als José Rodriguez, Casper Terho, Dennis Ayensa, Henok Teklab, Elton Kabangu, Matthew Sorinola of Sofiane Boufal die zich niet konden doorzetten zoals gehoopt.
Er waren trainers die vertrokken voor een aantrekkelijker project. Er waren publiekslievelingen bij wie het uitblijven van een contractverlenging voor commotie zorgde. Er waren ook exits vol frustratie. Maar als er één ding is dat je de clubleiding moeilijk kan verwijten, dan is het dat ze van haar koers is afgeweken. En precies dat kader helpt spelers om te groeien.
Profielen gericht aantrekken in functie van de gewenste speelstijl: dat is in principe het uitgangspunt van elke club. Maar met de opeenvolgende sportief directeurs en de "verloren ballen" bij machtswissels: kan Anderlecht echt zeggen dat het dat doet zoals Union? Het antwoord zit wellicht al in de vraag.
Een kwestie van coherentie
Zou Union een dossier zoals dat van Keisuke Goto aangepakt hebben zoals Anderlecht het deed? Ter verdediging van paars-wit: Kasper Dolberg wilde niet per se vertrekken vóór het telefoontje van Ajax, en Luis Vazquez straalde in de voorbereiding vertrouwen uit. Maar aan het Lotto Park — misschien nog meer dan elders — is de waarheid van vandaag niet altijd die van morgen. En dan kom je weer uit bij die beroemde rode draad. Die draad die niet zou toelaten dat Vincent Kompany vervangen wordt door Felice Mazzù. Of dat David Hubert vlak voor de start van de Playoffs zomaar plaats moet maken voor Besnik Hasi.
Welke behandeling zou een Kevin Rodriguez bij Anderlecht gekregen hebben? Met de twijfels die hem lang achtervolgden, was hij wellicht een traject à la Luis Vazquez tegemoet gegaan: zonder echt de kans om de ploeg te helpen zoals hij dat nu in het Dudenpark doet, aan het einde van zijn derde seizoen. En hoe zou Sporting gekeken hebben naar een Anan Khalaili die binnenkomt als duurste transfer uit de clubgeschiedenis en in zijn eerste seizoen tot december amper twee keer in de basis start?
Zoals gezegd: de filosofie van Union garandeert niet dat het straks opnieuw zal triomferen tegen de Brusselse rivaal in de twee duurste derby's van het seizoen. Maar ze zorgt er wél voor dat de schommelingen binnen de club minder groot zijn, ongeacht het resultaat. Al zou bij een Anderlechtse trofee zo'n schommeling natuurlijk alleen maar euforisch zijn. Met het risico dat de logische orde helemaal door elkaar wordt geschud en dat men de rode draad enkel nog terugvindt in de uitbundigheid.
Schrijf je nu in voor de Voetbalkrant nieuwsbrief
