Lardot geeft verdict over discutabele momenten bij Genk-Westerlo en Hasselt-Dender
Foto: © photonews
Genk-Westerlo zorgde zaterdag voor flink wat discussie over de arbitrage. Jonathan Lardot blikt terug op twee bepalende fases: een bal die mogelijk over de doellijn was en de handsbal van Cisse Sandra. Over de ene blijft twijfel, over de andere is hij bijzonder duidelijk.
Racing Genk-Westerlo leverde zaterdag niet alleen vijf doelpunten op, maar ook twee fases waarover stevig werd nagepraat. Vooral een mogelijk doelpunt van Genk zorgde voor discussie, terwijl ook de strafschop na hands van Cisse Sandra vragen opriep. Scheidsrechtersbaas Jonathan Lardot geeft nu uitleg bij beide momenten.
Bij DAZN ging Lardot eerst in op de fase na ongeveer tien minuten. Genk-middenvelder Bangoura kreeg de bal onder Westerlo-doelman Andreas Jungdal door en even leek het erop dat het leer volledig over de doellijn ging. Scheidsrechter Lawrence Visser liet echter doorspelen en ook na de controle kwam er geen doelpunt.
Lardot twijfelt zelf ook over mogelijke goal
Lardot geeft toe dat hij hetzelfde gevoel heeft als heel wat kijkers. “Ik durf niet met zekerheid te zeggen dat hij binnen is, maar mijn gevoel zegt wel dat de bal over de lijn lijkt te zijn. Ik denk dat veel mensen dat gevoel delen.”
Het grote probleem zit volgens hem in de positie van de bal. Omdat die zich in de lucht bevindt, ontbreken duidelijke referentiepunten om met zekerheid vast te stellen of het volledige leer de lijn heeft gepasseerd. “Wanneer de bal op de grond ligt, is dat vaak veel makkelijker te beoordelen. Hier hebben we gewoon geen honderd procent zekerheid.”
De discussie brengt automatisch de afwezigheid van doellijntechnologie in België ter sprake. Opvallend genoeg is Lardot daar zelf geen uitgesproken voorstander van. De kostprijs ligt volgens hem bijzonder hoog voor een systeem dat slechts in een beperkt aantal situaties daadwerkelijk nodig is.
Toch waren er afgelopen weekend meteen twee dergelijke fases. Ook in Sporting Hasselt-Dender ontstond discussie over een bal die mogelijk over de lijn was. Daar vindt Lardot de situatie zelfs duidelijker dan in Genk.
“Bij Hasselt-Dender sta ik volledig achter de beslissing van de scheidsrechter. Je kunt zonder sluitend bewijs simpelweg geen doelpunt geven. Dat is soms frustrerend, maar we moeten dat aanvaarden.”
Strafschop voor Genk wél terecht
Later in Genk-Westerlo kwam een tweede arbitrale fase centraal te staan. Junya Ito trapte de bal van dichtbij tegen de arm van Cisse Sandra, waarna Genk een strafschop kreeg. Westerlo-coach Issame Charaï vond dat de handsregel daar te ver afstaat van het natuurlijke voetbalgevoel, omdat Sandra nauwelijks tijd had om te reageren.
Lardot ziet dat anders. Volgens hem werd de regel correct toegepast. “De arm beweegt van achter naar voor en dus richting de bal. Dat is natuurlijk ongelukkig, maar volgens het reglement is het een terechte strafschop.”
De scheidsrechtersbaas wijst erop dat er voor het seizoen extra uitleg werd gegeven over natuurlijke armbewegingen en situaties waarin spelers onmogelijk kunnen reageren. Deze fase valt volgens hem niet in die categorie.
“Hier zie je wel degelijk een actieve beweging met de arm. Voor mij gaat die beweging naar de bal en is dat dus bestraffenswaardig.” Lardot gaat zelfs nog een stap verder: als Visser de strafschop niet zelf had gegeven, had de VAR volgens hem moeten ingrijpen. Waar de mogelijke Genk-goal dus ruimte laat voor twijfel, is zijn oordeel over het handsgeval duidelijk: de penalty was volgens de huidige regels volledig terecht.
Schrijf je nu in voor de Voetbalkrant nieuwsbrief
